Mag ik u wat vragen?
Ik kan, zoals zoveel mensen, niet alles. Zo dat hoge woord is eruit. Dus als ik iets niet weet of niet kan dan heb ik, zoals zoveel mensen, de neiging om dat aan iets of iemand anders te vragen. Die persoon of dat team komt dan met een antwoord of een oplossing, die ik gelukkig nog wel op waarde kan schatten en waar ik vervolgens weer mee verder kan. Zo helpen we elkaar een beetje.
Toch zijn er ook situaties, waarin mensen aan anderen iets vragen, maar waarbij ze eigenlijk niet zo goed kunnen beoordelen of hetgeen waar die persoon mee is gekomen wel echt is waar ze naar vroegen. Of dat het nou écht een oplossing is voor het probleem dat je hebt.
Het eerste voorbeeld betreft eerstegraads incompetentie, het tweede voorbeeld de tweedegraads incompetentie. Een concept dat ik zeker niet zelf bedacht heb, maar ik moet ook in alle eerlijkheid bekennen dat ik niet weet van wie ik het overneem.
Wie vaker met me samenwerkt weet dat ik dit af en toe benoem als een serieus probleem binnen de overheid. Vooral wanneer het gaat om de overheid gaat in de rol van de opdrachtgever. Het is nu eenmaal zo dat we als overheid niet alle kennis of alle handen beschikbaar hebben om het benodigde werk te verrichten. Dus soms moeten we interne organisaties om hulp vragen of de hulp van private partijen inschakelen, allemaal erg gezond. Want die partijen kunnen dat als het goed is wel en leveren voor ons de juiste oplossingen.
Toch schuilt er in het geval van tweedegraads incompetentie een heel erg groot gevaar. Dat heeft deels te maken met het feit dat je in gesprek met degene aan wie je hulp vraagt, niet goed kan uitleggen waar je nou precies naar op zoek bent en ook niet begrijpt of een oplossing past en werkt. Daarnaast is het vaak zo dat een interne of externe opdrachtgever, vaak andere drijfveren en waarden heeft dan die van jouzelf als opdrachtgever. Zo is het voor een interne dienstverlener ook belangrijk dat ze genoeg geld hebben, dat ze niet ineens heel veel verschillende dingen moeten doen dan hiervoor, want dat betekent voor hen heel veel interne veranderingen. Allemaal overwegingen die doorgaans voor jouzelf als opdrachtgever niet echt uitmaken, maar dus wel het resultaat van de geboden hulp of oplossing beïnvloeden. Voor commerciële organisaties is het natuurlijk te begrijpen, dat desondanks de beste bedoelingen, een perspectief van efficiëntie, winstoogmerk en het lonken van een opvolgende opdracht meewegen.
Als Nederlandse overheid, moeten we dus in staat zijn om te onderscheiden vanuit welke drijfveer of welke waarden een oplossing tot stand is gekomen. Ook moeten we kunnen weten of dat nou inderdaad het beste aansluit bij hetgeen waar we om vragen. Dat vereist meer eigen kennis en handjes, die in ieder geval op kleine schaal kunnen onderzoeken hoe een oplossing er op basis van de eigen waarden en doelen ongeveer uitziet. Niet in een conceptueel ontwerp, maar door het te maken, te testen en te toetsen aan de realiteit en het systeem in zijn geheel. Zo kunnen we ervoor zorgen dat wat we als overheid vragen en dat wat anderen leveren na onze vraag, beter aan sluit bij wat helpt en wat realistisch is. Wellicht kan die Digitale Dienst daar een mooie rol in spelen, door mensen met technische kennis en kunde, goed uit te laten zoeken wat we nodig hebben, alvorens we in de valkuil van tweedegraads incompetentie trappen. En allerlei onzekerheden, aannames, en onduidelijkheden overhandigen aan iemand waarvan we niet zeker weten of die wel met de goede oplossing komt.